ECLI:NL:RBZWB:2022:5886
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet-ontvankelijkheid bezwaarschrift wegens termijnoverschrijding Wlz-indicatie
Eiseres diende op 26 februari 2020 een aanvraag in bij het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) voor zorg op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz). Het CIZ wees deze aanvraag af in een besluit van 10 maart 2020. Eiseres diende haar bezwaarschrift tegen dit besluit echter pas op 15 juli 2021 in, ruim na de wettelijke termijn van zes weken die op 26 april 2020 was verstreken.
De kern van het geschil is of deze termijnoverschrijding verschoonbaar is. De rechtbank volgt het CIZ en verwijst naar vaste jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep, waarin wordt gesteld dat een termijnoverschrijding slechts in zeer uitzonderlijke gevallen verschoonbaar is, bijvoorbeeld bij een psychische geestestoestand die het indienen van bezwaar onmogelijk maakte.
Eiseres voerde aan dat de corona-maatregelen haar verhinderden tijdig bezwaar te maken, maar de rechtbank acht dit onvoldoende omdat zij iemand had kunnen machtigen. Ook uit het dossier blijkt niet dat medische problematiek haar verhinderde. De rechtbank merkt op dat eiseres wel in staat was zelfstandig correspondentie te voeren en een aanvraag in te dienen.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en ziet geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter A.G.J.M. de Weert op 10 oktober 2022 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding van het bezwaarschrift.