ECLI:NL:CRVB:2020:193
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bezwaarschrift niet-ontvankelijk wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding bij bijstandsverlening
Appellant maakte bezwaar tegen een besluit van het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam waarin bijstand werd toegekend vanaf 2 februari 2018, maar impliciet geweigerd voor de periode van 1 november 2017 tot 2 februari 2018. Het bezwaar werd niet-ontvankelijk verklaard vanwege overschrijding van de bezwaartermijn die niet verschoonbaar was.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat psychische klachten, waaronder PTSS, hem verhinderden tijdig bezwaar te maken of een derde in te schakelen. De Raad oordeelde dat uit de medische informatie niet bleek dat appellant daadwerkelijk niet in staat was om binnen de termijn bezwaar te maken of dit door een ander te laten doen. Bovendien had appellant wel tijdig andere aanvragen kunnen indienen en was het besluit mede aan zijn echtgenote gericht, van wie niet bleek dat zij niet kon handelen.
De Raad verwierp de beroepsgrond en bevestigde het oordeel van het college en de rechtbank dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar was. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het bezwaar tegen het besluit tot weigering van bijstand is terecht niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding.