ECLI:NL:RBZWB:2022:6121
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing verkeersbesluit laadplaatsen elektrische voertuigen in Breda
Het college van burgemeester en wethouders van Breda nam een verkeersbesluit tot reservering van twee parkeerplaatsen voor het opladen van elektrische voertuigen nabij een adres in Breda. Eisers maakten bezwaar tegen dit besluit, dat ongegrond werd verklaard, waarna zij beroep instelden bij de rechtbank.
De rechtbank constateerde in een tussenuitspraak dat de exacte locatie van de parkeerplaatsen onduidelijk was, met mogelijke strijdigheid met artikel 24 RVV Pro 1990. Het college diende een nadere motivering in, waarin werd toegelicht dat de laadpalen op twaalf meter van een bocht worden geplaatst, met voldoende ruimte om de verkeersveiligheid te waarborgen.
Eisers betoogden dat de verkeersveiligheid niet gegarandeerd is, dat de behoefte aan extra laadpalen ontbreekt, en dat het college niet het geldende beleid volgde, waaronder het ontbreken van burgerparticipatie. De rechtbank oordeelde dat het college voldoende motivering gaf voor de locatie en noodzaak van de laadpalen, dat het verkeersbesluit geen verkeersonveilige situatie veroorzaakt, en dat het college niet verplicht is burgerparticipatie toe te passen.
De rechtbank concludeerde dat het college niet onredelijk gebruik heeft gemaakt van zijn beoordelingsruimte en dat de nadelige gevolgen niet onevenredig zijn ten opzichte van de te dienen doelen, zoals milieubescherming en stimulering van elektrisch rijden. Het beroep werd gegrond verklaard vanwege een procedureel gebrek, maar na herstel van het besluit blijven de rechtsgevolgen in stand. Het college werd veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eisers.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard wegens een gebrek, maar de rechtsgevolgen van het verkeersbesluit blijven in stand na herstel; het college wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.