ECLI:NL:RBZWB:2022:6707
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV om haar per 5 april 2021 geen WIA-uitkering toe te kennen wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 35%. De rechtbank heeft het beroep behandeld en beoordeeld of de medische beperkingen van eiseres juist zijn vastgesteld.
De medische beoordeling is gebaseerd op rapporten van een arts en een verzekeringsarts bezwaar en beroep van het UWV, die beperkingen hebben vastgesteld en verwerkt in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML). Eiseres stelde dat haar beperkingen onderschat zijn, maar de rechtbank oordeelde dat het onderzoek zorgvuldig en volledig was en dat er geen aanleiding is om meer beperkingen aan te nemen dan in de FML zijn opgenomen.
De arbeidsdeskundige van het UWV heeft passende functies geselecteerd voor de beoordeling van de mate van arbeidsongeschiktheid. De rechtbank vond deze functies medisch passend en ging uit van een berekende arbeidsongeschiktheid van 3,21%. Omdat dit onder de 35% ligt, is de WIA-uitkering terecht geweigerd.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond, waardoor eiseres geen recht heeft op een WIA-uitkering, proceskostenvergoeding of griffierecht. De uitspraak is gedaan door rechter J.E.C. Vriends op 11 november 2022.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de WIA-uitkering wordt terecht geweigerd wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid.