ECLI:NL:RBZWB:2022:6905
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling herziening en terugvordering AOW-partnertoeslag wegens inkomen partner
Eiser ontvangt sinds 2011 een AOW-pensioen met toeslag voor zijn partner zonder inkomen. In 2021 bleek uit een melding dat de partner in 2020 inkomen uit een Persoonsgebonden Budget had ontvangen. De SVB stelde het inkomen vast en herzag de toeslag met terugwerkende kracht, waardoor een terugvordering van €17.753,78 volgde. Eiser maakte bezwaar en voerde dringende redenen aan vanwege de zorg voor een ernstig ziek familielid.
De rechtbank oordeelt dat eiser zijn inlichtingenplicht heeft geschonden door het inkomen niet te melden, ondanks dat hij hiervan op de hoogte had kunnen zijn. De SVB kon daardoor terecht herzien en terugvorderen. De situatie van de zorg voor een ziek familielid vormt geen dringende reden om van herziening of terugvordering af te zien. Eiser heeft ook geen onaanvaardbare financiële gevolgen aannemelijk gemaakt, mede omdat een betalingsregeling is getroffen.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat eiser het bedrag moet terugbetalen. Het griffierecht wordt niet teruggegeven. De uitspraak is gedaan door rechter P.B. van Onzenoort op 17 november 2022 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de terugvordering van €17.753,78 door de SVB.