ECLI:NL:CRVB:2022:475
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking nabestaandenuitkering wegens niet tijdig melden huwelijk
Appellant ontving sinds juni 2013 een nabestaandenuitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet (ANW). In 2019 is appellant opnieuw gehuwd, maar dit huwelijk is niet tijdig gemeld aan de Sociale verzekeringsbank (Svb). Pas in februari 2020 werd het huwelijk telefonisch gemeld.
De Svb trok daarop de nabestaandenuitkering met ingang van 1 maart 2019 in en vorderde de te veel ontvangen uitkering over de periode tot maart 2020 terug. Appellant maakte bezwaar tegen deze besluiten, stellende dat hij de inlichtingenplicht niet had geschonden en dat de terugvordering onredelijk was vanwege zijn financiële situatie.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en ook in hoger beroep oordeelt de Raad dat appellant zijn inlichtingenplicht heeft geschonden door het huwelijk niet tijdig te melden. Het beleid SB1078, dat terugwerkende kracht beperkt bij correcte naleving van verplichtingen, is hier niet van toepassing. Verder zijn geen dringende redenen aannemelijk gemaakt om af te zien van terugvordering.
De Raad bevestigt daarom de intrekking van de uitkering en de terugvordering van het te veel betaalde bedrag. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De intrekking van de nabestaandenuitkering en de terugvordering worden bevestigd wegens niet tijdig melden van het huwelijk.