Uitspraak
18.2866 PW, 19/2042 PW, 21/3359 PW
18.2866 PW, 19/2042 PW, 21/3359 PW
OVERWEGINGEN
.Appellante heeft de op haar rustende inlichtingenverplichting geschonden door bij de Svb geen melding te maken van het bezit van onroerende zaken op Curaçao. Daarvan kan haar een verwijt worden gemaakt. Gelet op de vragen over vermogen op het aanvraagformulier en de formulieren inkomstenopgaven die appellante van de Svb heeft ontvangen en heeft moeten invullen, moest het appellante duidelijk zijn dat zij de informatie over de onroerende zaken aan de Svb moest melden. Ondanks dat zij door derden wordt geholpen bij het invullen van de formulieren, blijft zij zelf verantwoordelijk voor het voldoen aan de inlichtingenverplichting.
BESLISSING
- vernietigt de aangevallen uitspraak 2 van 5 april 2019 voor zover deze betrekking heeft op het besluit van 16 oktober 2018 wat betreft de hoogte van de boete;
- verklaart het beroep tegen het besluit van 16 oktober 2018 gegrond en vernietigt dit besluit voor zover het ziet op de hoogte van boete;
- herroept het besluit van 8 mei 2018 in zoverre, stelt het bedrag van de boete vast op € 2.200,- en bepaalt dat deze uitspraak in zoverre in de plaats treedt van het vernietigde gedeelte van het besluit van 16 oktober 2018;
- bevestigt aangevallen uitspraak 2 voor het overige;
- veroordeelt de Svb in de proceskosten van appellante tot een bedrag van in totaal € 3.415,50;
- bepaalt dat de Svb aan appellante het in beroep en hoger beroep betaalde griffierecht van in totaal € 172,- vergoedt.
- verklaart het beroep tegen het besluit van 21 juli 2021 gegrond en vernietigt dat besluit;
- bepaalt dat de Svb een nieuw besluit neemt met inachtneming van wat in deze uitspraak is overwogen;
- veroordeelt de Svb in de proceskosten van appellante tot een bedrag van € 1.138,50.