ECLI:NL:RBZWB:2022:7448
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging last onder dwangsom wegens illegale bouw berging in strijd met bestemmingsplan
Eiser is eigenaar van een perceel waarop hij zonder omgevingsvergunning een berging bouwt die niet voldoet aan de voorwaarden voor vergunningsvrij bouwen. Het college heeft hem een last onder dwangsom opgelegd om de overtreding te beëindigen. Eiser betoogt dat hij zich aan de regels heeft gehouden en dat het college onduidelijkheid heeft gecreëerd over de perceelsgrenzen en vergunningplicht.
De rechtbank stelt vast dat de totale oppervlakte van de bijgebouwen op het perceel de toegestane 80 m2 overschrijdt vanwege een reeds bestaande berging van 84 m2. De door eiser berekende bebouwing van 60,29 m2 houdt geen rekening met deze bestaande berging. Het college heeft op goede gronden de percelen als één geheel aangemerkt en het beroep op vergunningsvrij bouwen verworpen.
Verder is het bestemmingsplan van toepassing dat een maximum van 60 m2 aan bijgebouwen toestaat, wat eveneens wordt overschreden. Het college heeft een discretionaire bevoegdheid tot handhaving en heeft deze naar het oordeel van de rechtbank terecht uitgeoefend. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalt omdat geen sprake is van een toezegging of stilzwijgende toestemming van het college.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond, waardoor de last onder dwangsom in stand blijft en eiser geen proceskostenvergoeding ontvangt.
Uitkomst: Het beroep tegen de last onder dwangsom wordt ongegrond verklaard en de last blijft gehandhaafd.