Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 december 2022 in de zaak tussen
[naam vennoot 2],
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Eisers exploiteren een damesmodewinkel nabij filialen van Albert Heijn en Aldi en hebben handhavingsverzoeken ingediend tegen vermeende geluidsoverlast en gewijzigde laad- en losactiviteiten van deze supermarkten. Het college van burgemeester en wethouders van Baarle-Nassau wees deze verzoeken af op basis van controles door de Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant die geen overtredingen vaststelden.
Eisers voerden aan dat de supermarkten al jaren geluidsoverlast veroorzaken en niet aan hun zorgplicht voldoen, onderbouwd met onderzoeksrapporten uit 2017 en 2018. De rechtbank stelde echter vast dat het winkelpand van eisers geen gevoelig gebouw is in de zin van het Activiteitenbesluit en dat eerdere uitspraken en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State dit bevestigen.
De onderzoeksrapporten betreffen bovendien beoogde ruimtelijke ontwikkelingen en niet de bestaande situatie. De controle van 24 september 2019 toonde geen overtredingen bij Albert Heijn en slechts beperkte geluidsovertredingen bij Aldi, die niet door eisers zijn gemotiveerd betwist. Verkeersbewegingen van klanten worden niet als laden en lossen beschouwd.
De rechtbank concludeert dat het college terecht geen handhavend optreden heeft ingezet en verklaart het beroep ongegrond. Eisers krijgen geen griffierecht of proceskostenvergoeding terug.
Uitkomst: Het beroep van eisers tegen de afwijzing van handhavingsverzoeken wordt ongegrond verklaard.