Uitspraak
Datum uitspraak: 7 oktober 2020
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Raad van State
Appellante, eigenaar van een perceel met een damesmodewinkel nabij een Albert Heijn-filiaal, verzocht het college van burgemeester en wethouders van Baarle-Nassau om handhavend op te treden tegen de supermarkt wegens overtreding van geluidsvoorschriften. Het college wees dit verzoek af, stellende dat het pand van appellante geen geluidsgevoelig gebouw is in de zin van het Activiteitenbesluit milieubeheer en dat er geen overtredingen waren.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarna appellante hoger beroep instelde bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het pand van appellante niet als woning kwalificeert volgens het bestemmingsplan en het Activiteitenbesluit, waardoor artikel 2.17 van het Activiteitenbesluit niet van toepassing is. Ook was er geen bewijs van overtreding van de geluidsnormen bij omliggende woningen.
Verder stelde appellante dat het college niet tijdig had beslist op een handhavingsverzoek, maar de Afdeling vond dat de ingebrekestelling onredelijk laat was gedaan, waardoor geen dwangsom verschuldigd is. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het college heeft terecht het handhavingsverzoek afgewezen.