Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 december 2022 in de zaak tussen
[naam eiseres] , uit [plaatsnaam] , eiseres,
Inleiding
Totstandkoming van het besluit
Beroepsgronden
Verweer
Juridisch kader
Beoordeling door de rechtbank
Het staat de rechter op grond van artikel 120 van Pro de Grondwet en artikel 11 van Pro de Wet algemene bepalingen niet vrij om formele wetgeving te toetsen op haar grondwettigheid noch om de innerlijke waarde of billijkheid van de wet te toetsen. Dit betekent dat de rechter de keuze van de wetgever voor de met artikel 13, eerste lid, van de Wet WIA gegeven berekeningswijze van het dagloon moet respecteren. Voor zover de beroepsgronden geacht moeten worden zich te richten tegen het Dagloonbesluit treffen deze evenmin doel. In het Dagloonbesluit is geen afwijkende regel voor de onderhavige situatie opgenomen.’