Uitspraak
[eiser] C.V.,
1.[gedaagde sub 1] ,2. [gedaagde sub 2] ,
1.De procedure
- de akte uitlating tevens houdende wijziging van eis van [eiser] .
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
In deze bodemzaak vordert eiser betaling van een huurachterstand, buitengerechtelijke incassokosten en wettelijke rente van de gedaagden. De procedure kende een tussenvonnis en een geplande mondelinge behandeling die uiteindelijk niet doorging vanwege een vermindering van de eis.
De gedaagden stelden dat er geen huurachterstand bestond op het moment van dagvaarding, maar de kantonrechter oordeelde dat er ten tijde van de dagvaarding wel degelijk een aanzienlijke huurachterstand van drie maanden was. Hoewel de gedaagden later betalingen verrichtten, bleef de huur voor november onbetaald.
De buitengerechtelijke incassokosten werden getoetst aan het toepasselijke Besluit en toegewezen omdat de gevorderde kosten niet hoger waren dan het maximum. De wettelijke rente werd eveneens toegewezen wegens verzuim van de gedaagden.
De kantonrechter veroordeelde de gedaagden hoofdelijk tot betaling van het totale bedrag van € 1.197,45, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 25 juli 2022, en in de proceskosten van € 990,32. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Gedaagden worden hoofdelijk veroordeeld tot betaling van huurachterstand, incassokosten en wettelijke rente, met veroordeling in proceskosten.