Eisers ontvingen een bijstandsuitkering naast een WIA-uitkering van het UWV. Sinds 1 januari 2019 bracht het college abusievelijk de WIA-uitkering niet meer in mindering op de bijstandsuitkering, waardoor eisers teveel bijstand ontvingen. Het college besloot dit bedrag terug te vorderen over de periode van 1 september 2019 tot en met 29 februari 2020, waarbij het bedrag over 2019 werd gebruteerd.
Eisers maakten bezwaar tegen deze terugvordering, onder meer omdat zij vonden dat het college hun bezwaar tegen een brief van 12 mei 2020 niet inhoudelijk had behandeld en dat de brutering onterecht was. De rechtbank oordeelde dat de brief geen besluit was en dat het college het bezwaar terecht niet-ontvankelijk had verklaard. Tevens stelde de rechtbank vast dat eisers redelijkerwijs hadden moeten begrijpen dat zij teveel bijstand ontvingen, omdat zij geruime tijd zowel een WIA-uitkering als een volledige bijstandsuitkering ontvingen.
De rechtbank bevestigde dat het college bevoegd was het teveel betaalde bedrag terug te vorderen en dat de brutering van de vordering over 2019 gerechtvaardigd was, omdat eisers niet hadden gemeld dat de WIA-uitkering niet was verrekend. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.