ECLI:NL:CRVB:2015:4757
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring bezwaar blokkering en beëindiging bijstand onterecht
Appellant ontving bijstand op grond van de WWB van september 2006 tot oktober 2011 samen met zijn partner, daarna als alleenstaande. Uit onderzoek naar mogelijke uitkeringsfraude bleek dat appellant op marktplaats.nl adverteerde voor onderhoudswerkzaamheden en als zelfstandig zorgverlener stond ingeschreven, zonder dit te melden aan het college. Hierdoor werd de bijstand vanaf 1 juni 2012 geblokkeerd en later ingetrokken en beëindigd.
Het college verklaarde bezwaren tegen de blokkering en beëindiging niet-ontvankelijk, terwijl de rechtbank het beroep tegen het besluit ongegrond verklaarde. Appellant stelde dat het college ten onrechte de bezwaren niet-ontvankelijk had verklaard en dat de terugvordering ten onrechte was gebruteerd.
De Raad oordeelde dat het college ten onrechte het bezwaar tegen de blokkering en beëindiging niet-ontvankelijk had verklaard, omdat appellant procesbelang had, onder meer voor vergoeding van gemaakte kosten. De Raad verklaarde deze niet-ontvankelijkverklaringen daarom vernietigd en de bezwaren inhoudelijk ongegrond. De brutering van de terugvordering werd als rechtmatig beoordeeld vanwege verwijtbaarheid van appellant. Het college werd veroordeeld in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: De bezwaren tegen de blokkering en beëindiging van de bijstand worden ongegrond verklaard, maar de niet-ontvankelijkverklaringen worden vernietigd en het college wordt veroordeeld in proceskosten.