Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rucphen verleende op 7 oktober 2020 een omgevingsvergunning voor de milieu-activiteit van een varkenshouderij. Eisers stelden beroep in tegen dit besluit vanwege geurhinder en het ontbreken van een geurbeheersplan in de vergunning.
De rechtbank oordeelde dat de geurbelasting op meerdere woningen, waaronder die van eisers, de norm uit de Wet geurhinder veehouderij (Wgv) overschrijdt en dat het college ten onrechte heeft afgezien van het voorschrijven van een geurbeheersplan. Het college erkende dit en verzocht de rechtbank het voorschrift alsnog aan de vergunning te verbinden.
Daarnaast werd het voorschrift over een eenmalige geurrendementsmeting van luchtwassers betwist. De rechtbank stelde vast dat de vergunde stalsystemen reeds representatief zijn getest en vernietigde dit voorschrift. De rechtbank verklaarde beide beroepen gegrond, vernietigde het bestreden besluit en voorzag zelf in de zaak door het geurbeheersplan voorschrift toe te voegen en de geurrendementsmeting te laten vervallen.
Het college werd veroordeeld tot vergoeding van griffierechten en proceskosten aan eisers. De uitspraak bevestigt het belang van een geurbeheersplan bij overbelaste situaties en verduidelijkt de toepassing van de Wgv en beste beschikbare technieken (BBT) in vergunningverlening.