Uitspraak
Datum uitspraak: 10 februari 2021
Raad van State
Het college van burgemeester en wethouders van Dinkelland verleende een omgevingsvergunning voor de herbouw van twee varkensstallen die door brand waren verwoest. De nieuwe stallen worden verder uit elkaar gebouwd en deels buiten het bouwvlak, mede vanwege brandveiligheid en dierenwelzijn. Mob en anderen stelden beroep in tegen het besluit, onder meer omdat zij betoogden dat het nabijgelegen gebouw van een hondendressuurvereniging ten onrechte niet als geurgevoelig object werd aangemerkt.
De rechtbank vernietigde het besluit deels vanwege een onjuiste V-stacksberekening en het ontbreken van een voorschrift voor een eenmalige rendementsmeting aan de luchtwasser. In hoger beroep werd overwogen dat het verenigingsgebouw geen geurgevoelig object is, omdat er geen langdurig verblijf is, en dat de geurbelasting binnen de geldende normen blijft. Tevens werd geoordeeld dat het voorschrift voor de rendementsmeting onterecht was opgelegd, omdat het luchtwassysteem is voorzien van een elektronisch monitoringssysteem en voldoet aan erkende stalsystemen.
De Afdeling bestuursrechtspraak verklaarde het hoger beroep van Mob en anderen ongegrond en het incidenteel hoger beroep van appellante gegrond. De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd voor zover het voorschrift voor de rendementsmeting werd opgelegd, maar bevestigd voor het overige. Het college werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan appellante.
Uitkomst: Het hoger beroep van Mob en anderen wordt ongegrond verklaard, het incidenteel hoger beroep van appellante gegrond, waarbij het voorschrift voor een eenmalige rendementsmeting aan de luchtwasser wordt vernietigd.