Eiser vroeg op 16 juni 2020 een bijstandsuitkering aan bij Baanbrekers, die aanvankelijk een voorschot verstrekte. Baanbrekers wees de aanvraag af wegens onvoldoende informatie en vorderde het voorschot terug. Eiser maakte bezwaar tegen beide besluiten, waarop Baanbrekers gedeeltelijk tegemoet kwam en het recht op bijstand voor mei 2020 introk, maar wel recht op aanvullende bijstand voor juni en juli 2020 vaststelde.
De rechtbank oordeelde dat de door eiser opgegeven leningen niet voldeden aan de criteria voor leningen voor levensonderhoud, waardoor hij in mei 2020 geen recht had op bijstand. In juni en juli 2020 had eiser recht op aanvullende bijstand, maar in augustus en september 2020 had hij inkomsten boven de norm die niet waren gemeld, wat rechtvaardigt dat het recht op bijstand per 1 augustus 2020 werd ingetrokken.
De terugvordering van € 452,80 was volgens de rechtbank terecht en er waren geen dringende redenen om hiervan af te zien. Het beroep tegen beide bestreden besluiten werd ongegrond verklaard. De rechtbank legde geen proceskosten of schadevergoeding op.