ECLI:NL:CRVB:2023:86
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering bijstand wegens onvoldoende inzicht gokinkomsten en inkomen uit lening
Appellante vroeg bijstand aan op grond van de Participatiewet, maar het college weigerde deze deels omdat zij onvoldoende inzicht gaf in haar inkomsten uit online gokactiviteiten. In een onderzoek werden bankafschriften en schermafdrukken van gokaccounts opgevraagd, maar deze waren incompleet en boden geen volledig beeld van de inkomsten.
Het college wees bijstand toe vanaf 1 december 2019, maar stelde vast dat in juni tot en met augustus en november 2019 de inkomsten hoger waren dan de norm, en dat het recht op bijstand over september en oktober 2019 niet kon worden vastgesteld. Een storting van €1.100 in november 2019 werd als inkomen aangemerkt, ondanks de stelling van appellante dat dit een lening betrof.
De Raad oordeelde dat de bewijslast bij appellante ligt om haar recht op bijstand aannemelijk te maken. Zij slaagde er niet in om de ontbrekende pagina’s van haar gokaccounts te onderbouwen en gaf onvoldoende inzicht in het gebruik van de gewonnen bedragen. Ook maakte zij niet aannemelijk dat de storting van €1.100 een lening was die niet als inkomen moest worden beschouwd. De aangevallen uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en het hoger beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Hoger beroep ongegrond; geen recht op bijstand over september en oktober 2019 en storting van €1.100 als inkomen aangemerkt.