De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 15 februari 2023 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak waarin eiser bezwaar maakte tegen de terugvordering van zijn bijstandsuitkering op grond van de Participatiewet. Het college van burgemeester en wethouders van Tilburg had zijn bijstandsuitkering herzien van de alleenstaandennorm naar de kostendelersnorm en een bedrag van €31.470,20 teruggevorderd wegens onjuiste informatie verstrekt door eiser.
De rechtbank oordeelde dat het bezwaar tegen het herzieningsbesluit van 17 maart 2020 terecht niet-ontvankelijk was verklaard omdat eiser niet tijdig bezwaar had gemaakt, ondanks dat het college de verzending van het besluit niet kon aantonen. Eiser was naar het oordeel van de rechtbank in september of oktober 2020 bekend geraakt met het besluit en had binnen twee weken bezwaar moeten maken, wat niet was gebeurd.
Ten aanzien van de terugvordering bevestigde de rechtbank dat het college de kostendelersnorm terecht had toegepast. De rechtbank concludeerde dat er geen sprake was van commerciële kamerverhuur, omdat eiser geen geldig huurcontract met de hoofdbewoner had. De terugvordering was daarmee terecht en niet hoger dan het ten onrechte ontvangen bedrag.
Het verzoek van eiser om immateriële schadevergoeding wegens de duur van de procedure werd afgewezen omdat de redelijke termijn van twee jaar nog niet was overschreden. Het beroep werd ongegrond verklaard en eiser kreeg geen proceskostenvergoeding of griffierechtvergoeding.