Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 februari 2023 in de zaak tussen
[naam eiseres] , te [woonplaats] , eiseres,
Inleiding
Overwegingen van de rechtbank
ingevoerd. Aan de geschiedenis van de totstandkoming van artikel 22a van de Participatiewet [1] ontleent de rechtbank dat de wetgever met de introductie van de
kostendelersnorm heeft beoogd dat bij de vaststelling van de toepasselijke bijstandsnorm direct rekening wordt gehouden met de voordelen van het kunnen delen van de kosten met één of meer personen die in dezelfde woning hun hoofdverblijf hebben. Door invoering van de kostendelersnorm blijft volgens de wetgever de vangnetfunctie van de bijstand gewaarborgd, blijft een individueel recht op bijstand behouden, blijft het lonend om te werken en wordt een bijdrage geleverd om de schatkist van de overheid op orde te brengen. Volgens artikel 19a, eerste lid, van de Participatiewet wordt onder kostendelende medebewoner verstaan de persoon van 21 jaar of ouder die in dezelfde woning als de belanghebbende zijn hoofdverblijf heeft en niet is te rekenen tot één van de uitzonderingscategorieën zoals vermeld in onderdelen a tot en met d van dit artikel. Een persoon die onderwijs volgt waarvoor aanspraak op studiefinanciering kan bestaan, is op grond van onderdeel d van artikel 19a, eerste lid van de Participatiewet een uitzonderingscategorie.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
mr. A.M. Pasmans, griffier, op 23 februari 2023 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.