Uitspraak
19.4858 PW, 21/925 PW, 21/1948 PW
OVERWEGINGEN
- 2 punten voor het instellen van beroep en het bijwonen van de zitting in beroep, in totaal 2 × € 748,- = € 1.496,-;
- 1 punt voor het hoger beroepschrift, in totaal € 748,-;
- 1 punt voor de comparitie van partijen, waarbij de Raad rekening houdt met de ongebruikelijk lange duur van deze comparitie, in totaal € 748,-;
- 4 × 0,5 punt voor de schriftelijke inlichtingen en de schriftelijke zienswijze in hoger beroep, in totaal € 1.496,-.
BESLISSING
- vernietigt de aangevallen uitspraak;
- verklaart het beroep tegen het bestreden besluit van 16 mei 2019 gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit van 16 mei 2019;
- verklaart de beroepen tegen de nadere besluiten van 11 maart 2021 en 31 mei 2021 gegrond;
- vernietigt het besluit van 31 mei 2021, met uitzondering van de herziening over de periode van 7 april 2017 tot en met 21 juni 2018;
- vernietigt het besluit van 11 maart 2021;
- herroept het besluit van 13 december 2018;
- stelt het over de periode van 7 april 2017 tot en met 21 juni 2018 terug te vorderen bedrag aan kosten van bijstand vast op € 2.835,41;
- veroordeelt het college tot vergoeding van schade aan appellante tot een bedrag van € 200,- in verband met het onrechtmatige huisbezoek van 4 mei 2018;
- verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van de overige verzoeken tot veroordeling tot vergoeding van schade;
- veroordeelt het college in de proceskosten van appellante tot een bedrag van € 4.488,-;
- bepaalt dat het college aan appellante het in beroep en hoger beroep betaalde griffierecht van in totaal € 175,- vergoedt.