Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 7 maart 2023 in de zaak tussen
[belanghebbende], gevestigd te [vestigingsplaats], belanghebbende
de heffingsambtenaar van de gemeente Oosterhout, de heffingsambtenaar,
de staat der Nederlanden, de minister van Justitie van Veiligheid.
Inleiding
Feiten
Beoordeling door de rechtbank
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond.
- veroordeelt de heffingsambtenaar tot het betalen van een vergoeding van immateriële schade aan belanghebbende tot een bedrag van € 83,35;
- veroordeelt de Staat der Nederlanden tot het betalen van een vergoeding van immateriële schade aan belanghebbende tot een bedrag van € 916,65;
- veroordeelt de heffingsambtenaar tot betaling van € 209,25 aan proceskosten aan belanghebbende;
- veroordeelt de Staat der Nederlanden tot betaling van € 209,25 aan proceskosten aan belanghebbende;
- bepaalt dat de heffingsambtenaar het griffierecht tot een bedrag van € 177 aan belanghebbende vergoedt;
- bepaalt dat de Staat der Nederlanden het griffierecht tot een bedrag van € 177 aan belanghebbende vergoedt.