ECLI:NL:RBZWB:2023:1578
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke beoordeling niet-ontvankelijkheid beroep bij bovengrondse ruiming graven
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Waalwijk om de grafmonumenten en aanduidingen van graven in vak D van de gemeentelijke begraafplaats bovengronds te ruimen, terwijl de stoffelijke resten nog niet ondergronds zijn geruimd.
Het college verklaarde het bezwaar van eiser niet-ontvankelijk omdat eiser geen belanghebbende zou zijn bij het besluit. Eiser is nabestaande van personen begraven in algemene graven zonder grafbedekking en stelt dat het verwijderen van aanduidingen het terugvinden van de graven onmogelijk maakt.
De rechtbank oordeelt dat eiser voldoende procesbelang heeft, maar dat hij geen belanghebbende is omdat hij geen rechthebbende is van de algemene graven. Het college heeft het besluit terecht genomen en het beroep wordt ongegrond verklaard. Het motiveringsgebrek in het besluit wordt gepasseerd. Het college wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard omdat hij geen belanghebbende is bij het besluit tot bovengrondse ruiming van de graven.