ECLI:NL:RBZWB:2023:19
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ingangsdatum en herziening dubbele kinderbijslag door Sociale Verzekeringsbank
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen twee besluiten van de Sociale Verzekeringsbank (Svb) betreffende dubbele kinderbijslag voor haar zoon. Het eerste beroep betreft de ingangsdatum van de toekenning van dubbele kinderbijslag, waarbij eiseres stelt dat dit al per het eerste kwartaal 2020 had moeten ingaan. De Svb had dit toegekend vanaf het vierde kwartaal 2021. De rechtbank oordeelt dat op grond van artikel 14, derde lid, van de Algemene kinderbijslagwet (Akw) de toekenning niet kan terugwerken tot vóór het kwartaal van de aanvraag, en verklaart het beroep ongegrond.
Het tweede beroep betreft de weigering van de Svb om terug te komen op haar besluit van 16 december 2019, waarin een eerdere aanvraag voor dubbele kinderbijslag werd afgewezen. De rechtbank volgt de vaste rechtspraak dat het bestuursorgaan een verzoek tot herziening kan afwijzen als er geen nieuwe feiten of omstandigheden zijn. De rechtbank stelt vast dat eiseres dit ook erkent en dat het besluit van de Svb niet evident onredelijk is. Ook dit beroep wordt ongegrond verklaard.
De rechtbank wijst de verzoeken tot terugbetaling van griffierecht en proceskosten af. De uitspraak is gedaan door rechter M. Snoeks op 2 januari 2023 en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond en bevestigt de ingangsdatum van dubbele kinderbijslag per het vierde kwartaal 2021 en de weigering tot herziening van het eerdere besluit.