ECLI:NL:RBZWB:2023:1939
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering WOZ-waarde woning en vergoeding proceskosten na overschrijding redelijke termijn
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de WOZ-beschikking van 29 februari 2020, waarin de woningwaarde was vastgesteld op €147.000. De heffingsambtenaar verklaarde het bezwaar ongegrond op 22 oktober 2020. Belanghebbende ging vervolgens in beroep bij de rechtbank.
Tijdens de zitting op 28 februari 2023 bereikten partijen overeenstemming over een nieuwe WOZ-waarde van €125.000. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en paste de waarde dienovereenkomstig aan. Tevens oordeelde de rechtbank dat de redelijke termijn voor behandeling van bezwaar en beroep was overschreden met ruim een jaar.
De rechtbank kende belanghebbende een immateriële schadevergoeding toe van €150, gebaseerd op een vergoeding van €50 per half jaar overschrijding, en veroordeelde de Staat tot betaling hiervan. Daarnaast werd de heffingsambtenaar veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €2.266 en het griffierecht van €48 aan belanghebbende.
De uitspraak werd gedaan door rechter J.P.A. Boersma op 31 maart 2023 en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Belanghebbende kan binnen zes weken hoger beroep instellen bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch.
Uitkomst: WOZ-waarde verminderd tot €125.000 en vergoeding van €150 schadevergoeding en €2.266 proceskosten toegekend.