ECLI:NL:RBZWB:2023:1944
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
WOZ-waarde dagverblijf niet te hoog vastgesteld; schadevergoeding overschrijding redelijke termijn toegekend
Belanghebbende is eigenaar van een pand gebruikt voor dagbesteding met een vastgestelde WOZ-waarde van €757.000 voor het jaar 2020. Hij betwist deze waarde en stelt dat deze maximaal €445.000 zou moeten zijn. De heffingsambtenaar verdedigt de vastgestelde waarde met een taxatierapport waarin de gecorrigeerde vervangingswaarde op €1.200.000 wordt bepaald.
De rechtbank beoordeelt de waarde aan de hand van de gecorrigeerde vervangingswaarde en stelt vast dat de heffingsambtenaar aannemelijk heeft gemaakt dat de waarde niet te hoog is vastgesteld, mede door een onderbouwde grondwaarde van €450.000 en een correcte toepassing van waarderingsmethoden. De overige bezwaren van belanghebbende worden niet verder behandeld omdat deze de uitkomst niet beïnvloeden.
Daarnaast is vastgesteld dat de redelijke termijn voor de behandeling van het bezwaar en beroep is overschreden met ongeveer 12 maanden. De rechtbank kent daarom een immateriële schadevergoeding van €1.000 toe aan belanghebbende, die door de Staat moet worden betaald. Tevens worden proceskosten en griffierecht aan belanghebbende vergoed. Het beroep wordt ongegrond verklaard en de WOZ-waarde blijft gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard; de vastgestelde waarde blijft gehandhaafd en belanghebbende ontvangt een schadevergoeding wegens termijnoverschrijding.