Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Inleiding
2.Feiten
Verplicht toezendadres
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende, woonachtig in Thailand, kreeg voor het jaar 2018 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd met een verzuimboete wegens het niet tijdig indienen van de aangifte. De inspecteur had de correspondentie gestuurd naar het oude postadres van de gemachtigde, terwijl belanghebbende had aangegeven dat zijn gemachtigde was verhuisd. Belanghebbende stelde dat hij het nieuwe adres op 13 mei 2019 had doorgegeven, maar de inspecteur hield vol dat dit niet als wijziging van het postadres gold.
De rechtbank oordeelde dat het niet doorgeven van een wijziging van het postadres voor rekening van belanghebbende komt en dat de verzuimboete in beginsel terecht is opgelegd. Echter, omdat voor het jaar 2017 een soortgelijke situatie speelde waarbij de verzuimboete werd vernietigd en de inspecteur excuses aanbood, mocht belanghebbende erop vertrouwen dat ook voor 2018 de boete zou vervallen.
De rechtbank concludeerde dat het vertrouwensbeginsel is geschonden en vernietigde de verzuimboete. De belastingrente bleef wel in stand omdat het niet doorgeven van het adres ook daarvoor relevant was. De inspecteur moet het griffierecht aan belanghebbende vergoeden, maar proceskosten werden niet toegekend.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de verzuimboete wegens schending van het vertrouwensbeginsel en handhaaft de belastingrente.