ECLI:NL:RBZWB:2023:2024
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen verhoging bijstandsuitkering zonder inhouding kostendelersnorm
Eisers ontvingen een bijstandsuitkering gebaseerd op drie kostendelers vanwege hun inwonende zoon. Na melding van verhuizing van de zoon besloot het college de uitkering per 1 januari 2021 te verhogen naar de gezinsnorm zonder inhouding. Eisers maakten bezwaar en stelden dat de verhuizing al in oktober 2018 had plaatsgevonden, ondersteund door een bestelbevestiging en een verklaring van een huisgenoot.
De rechtbank oordeelt dat de bewijslast voor de verhuizing bij eisers ligt en dat de overgelegde stukken onvoldoende objectiveerbare gegevens bevatten om het zwaartepunt van het leven van de zoon vanaf medio oktober 2018 op het nieuwe adres aan te tonen. De schriftelijke verklaring is niet zwaarwegend en een mondelinge toelichting zou ook niet objectief verifieerbaar zijn.
De rechtbank stelt vast dat eisers de inlichtingenplicht niet correct zijn nagekomen en dat het college de bewijslast terecht zwaarder heeft laten wegen. De verhoging van de bijstandsuitkering per 1 januari 2021 blijft daarom in stand. Het beroep wordt ongegrond verklaard, en eisers krijgen geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de verhoging van de bijstandsuitkering per 1 januari 2021 wordt ongegrond verklaard.