Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Het verzoek
2.Overwegingen
- de tweede slide op pagina 4;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De inspecteur van de Belastingdienst heeft een verzoek ingediend om geheimhouding van diverse interne stukken in een bezwaarprocedure over dividendbelasting, op grond van artikel 8:29 van Pro de Awb. Belanghebbende verzet zich tegen deze geheimhouding omdat essentiële informatie zou zijn weggelakt, wat het verdedigingsbelang schaadt.
De geheimhoudingskamer van de rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft de stukken beoordeeld en geconcludeerd dat het belang van de inspecteur bij geheimhouding van het interne beraad en de bescherming van persoonsgegevens zwaarder weegt dan het belang van belanghebbende bij volledige kennisneming, voor het merendeel van de stukken. Voor enkele delen, zoals twee e-mails en bepaalde gedeelten van een PowerPoint en memo, is het verzoek tot geheimhouding afgewezen.
De beslissing is genomen zonder zitting, omdat de aard van de procedure een mondelinge behandeling niet passend acht. De inspecteur krijgt de gelegenheid om binnen twee weken aan te geven hoe hij met de beslissing omgaat, waarbij naleving gevolgen kan hebben volgens artikel 8:31 Awb Pro.
Deze uitspraak verduidelijkt de toepassing van geheimhouding binnen bestuursrechtelijke procedures en benadrukt de terughoudendheid die vereist is bij het afwegen van belangen tussen vertrouwelijkheid en het recht op een eerlijk proces.
Uitkomst: Het verzoek tot geheimhouding wordt deels toegewezen en deels afgewezen, waarbij de inspecteur geschoonde versies van bepaalde stukken moet verstrekken.