Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 4 april 2023 in de zaak tussen
[naam eiser] uit [plaatsnaam 1] , eiser,
[naam derde-partij]. uit [plaatsnaam 1]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Eiser verzocht het college van burgemeester en wethouders van Zundert om handhavend op te treden tegen de afsluiting van een pad tussen de Boven Heining en de Zandstraat, eigendom van een derde-partij. Het college wees het verzoek aanvankelijk niet-ontvankelijk en later ontvankelijk maar inhoudelijk afgewezen. Eiser stelde beroep in tegen dit besluit.
De rechtbank oordeelde dat eiser wel belanghebbende is bij het besluit, ondanks dat hij niet eigenaar is van het perceel, omdat hij het pad gebruikt voor onderhoud en aanvoer van hooi. Vervolgens stelde de rechtbank vast dat het college bevoegd is om handhavend op te treden tegen overtredingen van de APV betreffende het gebruik en de aanleg van wegen.
De kern van het geschil betrof de vraag of het pad openbaar is. De rechtbank stelde vast dat het pad niet in de wegenlegger staat, maar dat eiser aannemelijk heeft gemaakt dat het pad gedurende dertig jaar voor iedereen toegankelijk was, ondersteund door getuigenverklaringen en het feit dat het pad onderdeel was van een routenetwerk. Hierdoor is het pad openbaar in de zin van de Wegenwet.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en droeg het college op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiser.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd; het college moet binnen zes weken een nieuw besluit nemen.