ECLI:NL:RBZWB:2023:2433
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen afwijzing vergoeding taxatierapport in WOZ-procedure gegrond verklaard
Belanghebbende is eigenaar van een geschakelde woning waarvan de WOZ-waarde voor 2019 aanvankelijk op €275.000 werd vastgesteld. Na bezwaar verlaagde de heffingsambtenaar de waarde naar €220.000 en verlaagde de aanslag OZB dienovereenkomstig, met een proceskostenvergoeding van €522. Belanghebbende vorderde daarnaast vergoeding van taxatierapportkosten en kadasterkosten, welke werden afgewezen.
De rechtbank beoordeelde eerst de ontvankelijkheid van het beroep. De heffingsambtenaar stelde dat de machtiging niet toereikend was en dat belanghebbende geen belang had bij het beroep. De rechtbank oordeelde dat de machtiging wel degelijk de vertegenwoordigingsbevoegdheid omvatte en dat belanghebbende een belang had bij het beroep, omdat het beroep hem in een betere positie kan brengen.
Vervolgens oordeelde de rechtbank dat de kosten van het taxatierapport voor vergoeding in aanmerking komen, nu het rapport door een deskundige is opgesteld en de heffingsambtenaar geen verweer meer voerde tegen vergoeding bij ontvankelijkheid. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de uitspraak op bezwaar en veroordeelde de heffingsambtenaar tot vergoeding van de taxatiekosten (€256,52), het griffierecht (€48) en proceskosten (€1.674).
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de heffingsambtenaar veroordeeld tot vergoeding van de kosten van het taxatierapport, griffierecht en proceskosten.