ECLI:NL:RBZWB:2023:2882
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde woning en vergoeding immateriële schade wegens termijnoverschrijding
Belanghebbende is eigenaar van een twee-onder-één-kapwoning uit 1990 met een inhoud van 382 m3 en een perceel van 272 m2. De WOZ-waarde voor 2020 is vastgesteld op €273.000, waartegen belanghebbende bezwaar maakte en een lagere waarde van €255.000 voorstelde. De heffingsambtenaar handhaafde de waarde na een taxatierapport met vergelijkingsmethode.
De rechtbank oordeelt dat de heffingsambtenaar voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de vastgestelde waarde niet te hoog is. De referentieobjecten zijn vergelijkbaar en recent verkocht, en de verschillen zijn inzichtelijk gemaakt. Het verzoek van belanghebbende om vooraf inzage in grondstaffel en taxatiekaart wordt afgewezen omdat de Awb inzageregeling voorziet in inzage voorafgaand aan de hoorzitting.
Verder is de redelijke termijn voor bezwaar en beroep overschreden met 14 maanden. De rechtbank kent daarom een immateriële schadevergoeding toe van €150,--, waarvan €21,43 voor rekening van de heffingsambtenaar komt en €128,57 voor de Staat. Daarnaast worden proceskosten en griffierecht deels toegewezen aan belanghebbende.
Het beroep wordt ongegrond verklaard, waardoor de WOZ-waarde en aanslag OZB gehandhaafd blijven.
Uitkomst: Het beroep is ongegrond verklaard en de WOZ-waarde van €273.000 blijft gehandhaafd met een immateriële schadevergoeding van €150,-- toegekend wegens termijnoverschrijding.