ECLI:NL:RBZWB:2023:3709
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugvordering voorschot WIA-uitkering door UWV
Eiser is sinds november 2019 arbeidsongeschikt als gevolg van een beenbreuk en trombose en ontving een loongerelateerde WIA-uitkering vanaf december 2021. Het UWV heeft vastgesteld dat eiser te veel voorschotten op deze uitkering heeft ontvangen over de periode januari tot en met juli 2022 en vordert een bedrag van €317,62 terug.
Eiser betwist de terugvordering niet qua hoogte, maar stelt dat het UWV zich onterecht baseert op artikel 77 van Pro de WIA in plaats van op artikel 4:95 Awb Pro, en voert aan dat zijn verslechterde medische situatie (uitgezaaide slokdarmkanker) aanleiding zou moeten zijn om af te zien van terugvordering. De rechtbank oordeelt dat artikel 77 WIA Pro sinds 2013 expliciet van toepassing is op terugvordering van voorschotten en dat het UWV verplicht is tot terugvordering zonder ruimte voor belangenafweging.
De rechtbank stelt vast dat dringende redenen om van terugvordering af te zien alleen kunnen bestaan bij onaanvaardbare sociale of financiële gevolgen die voortvloeien uit de terugvordering zelf. De door eiser aangevoerde medische omstandigheden zijn hiervoor niet voldoende onderbouwd en leiden niet tot een ander oordeel. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de terugvordering van het voorschot op de WIA-uitkering wordt ongegrond verklaard.