ECLI:NL:RBZWB:2023:3799
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang na ontbinding vennootschap
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde het beroep van een ontbonden vennootschap tegen een naheffingsaanslag omzetbelasting over 2018, inclusief belastingrente en een vergrijpboete. De vennootschap was op 31 maart 2019 ontbonden wegens het ontbreken van baten, en er was geen verzoek tot heropening van de vereffening ingediend.
De gemachtigde trad op namens de laatste bestuurder van de vennootschap. Tijdens de procedure werd een voormalig inspecteur als getuige gehoord. De rechtbank onderzocht de ontvankelijkheid van het beroep en stelde vast dat de vennootschap als niet-bestaande rechtspersoon zelf geen rechtsmiddelen kan aanwenden.
De rechtbank concludeerde dat de gemachtigde alleen als laatste bestuurder handelde en dat er geen procesbelang bestond omdat het beroep geen financieel gunstiger resultaat zou opleveren. Daarom werd het beroep niet-ontvankelijk verklaard en werd geen inhoudelijke behandeling gegeven. De vennootschap kreeg het griffierecht niet terug en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep van de ontbonden vennootschap wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang.