Conclusie
1.Inleiding
2.De feiten en het geding in feitelijke instanties
De feiten
3.Het geding in cassatie
4.Regelgeving en jurisprudentie
Regelgeving
in liquidatie.
Parket bij de Hoge Raad
Belanghebbende, opgericht in 2000 en actief in het uitlenen van automatiseringspersoneel, kreeg in 2004 een naheffingsaanslag loonbelasting opgelegd na een FIOD-onderzoek, met boete en rente. Na een faillissement in 2005 en opheffing daarvan wegens gebrek aan baten in 2006, werd de voormalige directeur strafrechtelijk veroordeeld wegens medeplegen van onjuiste aangifte. Rechtbank Arnhem vernietigde in 2009 de uitspraak op bezwaar wegens schending van de hoorplicht en wees de zaak terug naar de Inspecteur voor een nieuwe beslissing.
De Inspecteur weigerde echter opnieuw uitspraak te doen met het argument dat het verzoek onredelijk laat was ingediend. Na heropening van de vereffening in 2019 door de rechtbank Midden-Nederland, verzocht belanghebbende opnieuw om uitspraak, maar de Inspecteur bleef weigeren. Rechtbank Gelderland verklaarde het beroep niet-ontvankelijk wegens te late indiening en wees een verzoek om immateriële schadevergoeding af. Het Hof verklaarde het beroep ontvankelijk maar ongegrond, bevestigde de weigering van de Inspecteur en oordeelde dat er geen overschrijding van de redelijke termijn was, mede door het niet-bestaan van belanghebbende tussen 2006 en 2019.
In cassatie stelt belanghebbende dat het Hof onjuist heeft geoordeeld over het procesbelang en het bestaan van belanghebbende, en dat het recht op immateriële schadevergoeding ten onrechte is afgewezen. De Staatssecretaris verdedigt het oordeel van het Hof, maar erkent dat belanghebbende recht heeft op een beperkte schadevergoeding. De zaak betreft complexe juridische vragen over de ontvankelijkheid van beroep bij niet-bestaande rechtspersonen, het doel van vereffening, en de toekenning van immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.
Uitkomst: Hoge Raad verklaart cassatieberoep gegrond en verwijst de zaak terug voor verdere behandeling.