ECLI:NL:RBZWB:2023:4188
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- T. Peters
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van het recht op huurtoeslag bij bijzonder inkomen en vermogen voor 2020 en 2021
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 13 juni 2023 de beroepen van eiser tegen besluiten van de Belastingdienst/Toeslagen over het recht op huurtoeslag voor de jaren 2020 en 2021. Eiser had verzoeken ingediend om bij de berekening van de huurtoeslag rekening te houden met bijzonder inkomen (2020) en bijzonder vermogen (2021), welke verzoeken waren afgewezen.
De rechtbank oordeelde dat de Belastingdienst/Toeslagen terecht het verzoek om de nabetaling van het ABP als bijzonder inkomen buiten beschouwing te laten voor 2020 had afgewezen, omdat het inkomen hoger was dan het norminkomen en het toerekenen van de nabetaling aan 2020 de meest gunstige keuze was. Voor 2021 werd het verzoek om een deel van het vermogen als bijzonder vermogen buiten toepassing te laten eveneens terecht afgewezen, omdat het geschatte vermogen hoger was dan de rendementsgrondslag en de wet limitatief is in de uitzonderingen.
Wel werd het beroep tegen het besluit over bijzonder inkomen (2020) gegrond verklaard wegens een motiveringsgebrek in het bestreden besluit, dat door de Belastingdienst/Toeslagen in het verweerschrift was hersteld. De rechtbank vernietigde dit besluit, maar liet de rechtsgevolgen in stand. Het beroep over bijzonder vermogen (2021) werd ongegrond verklaard. De rechtbank bepaalde dat eiser geen recht heeft op huurtoeslag voor 2020 en 2021 en dat het griffierecht aan eiser wordt vergoed.
Uitkomst: Beroep over bijzonder inkomen 2020 gegrond wegens motiveringsgebrek en vernietiging besluit, beroep over bijzonder vermogen 2021 ongegrond, geen recht op huurtoeslag voor 2020 en 2021.