ECLI:NL:RVS:2019:1635
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over proceskostenvergoeding huurtoeslag
De Belastingdienst/Toeslagen had aanvankelijk aan appellante medegedeeld dat zij geen recht had op huurtoeslag over 2017. Na bezwaar werd dit besluit herroepen en werd toegekend dat appellante recht had op huurtoeslag. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen dit besluit ongegrond en wees de proceskostenvergoeding af omdat de gemachtigde van appellante geen professionele rechtsbijstandverlener zou zijn en een eigen belang zou hebben.
De gemachtigde was tevens de feitelijke verhuurder van de woonruimte, hoewel de huurovereenkomst op naam van zijn dochter stond. De rechtbank oordeelde dat deze constructie een eigen belang inhield en daarom geen vergoeding van proceskosten kon worden toegekend.
In hoger beroep stelde appellante dat de rechtbank buiten de rechtsstrijd trad en dat de gemachtigde geen eigen belang had. De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat de rechtbank terecht het gewijzigde standpunt van de Belastingdienst beoordeelde en dat de verwijzing naar eerdere uitspraken niet in strijd was met de goede procesorde.
De Afdeling concludeerde dat de gemachtigde geen eigen belang had en dat de rechtsbijstand als professioneel moest worden aangemerkt. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en de Belastingdienst veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het besluit vernietigd en de Belastingdienst veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.