ECLI:NL:RBZWB:2023:4288
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking beroep bijzondere bijstand
Verzoekster stelde beroep in tegen het niet tijdig beslissen op haar bezwaar tegen de afwijzing van haar aanvraag bijzondere bijstand. Het college besloot uiteindelijk binnen de wettelijke termijn op het bezwaar, waarna verzoekster het beroep introk en proceskostenvergoeding vorderde.
De rechtbank beoordeelde of het beroepschrift aan de Awb-vereisten voldeed, met name of het tijdig was ingediend na ingebrekestelling en het verstrijken van de beslistermijn. De rechtbank oordeelde dat de beslistermijn in deze zaak twaalf weken bedroeg vanwege de betrokkenheid van een adviescommissie.
Omdat het beroepschrift werd ingediend voordat de beslistermijn was verstreken en de ingebrekestelling te vroeg was, voldeed het niet aan artikel 6:12 Awb Pro. Daarom werd het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen als kennelijk ongegrond.
Uitkomst: Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen omdat het beroepschrift niet tijdig was ingediend volgens de Awb.