ECLI:NL:RBZWB:2023:4324
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Proceskostenvergoeding toegekend wegens niet tijdig beslissen op bezwaar bijzondere bijstand
Verzoekster stelde beroep in omdat het college van burgemeester en wethouders van Breda niet tijdig had beslist op haar bezwaar tegen de afwijzing van haar aanvraag voor bijzondere bijstand voor bewindvoeringskosten. Het college besloot uiteindelijk op het bezwaar na het instellen van het beroep, waarna verzoekster het beroep introk en proceskostenvergoeding vorderde.
De rechtbank beoordeelde of het beroepschrift aan de vereisten voldeed en stelde vast dat het college niet tijdig had beslist binnen de wettelijke termijn van twaalf weken, omdat een opschorting van de beslistermijn niet rechtsgeldig was. Verzoekster had het college rechtsgeldig in gebreke gesteld.
Omdat het college alsnog op het bezwaar had beslist, werd dit gezien als tegemoetkomen aan het beroep. De rechtbank kende verzoekster proceskosten toe, waarbij de zaak als licht werd aangemerkt met een wegingsfactor van 0,5, en stelde de vergoeding vast op €418,50. Daarnaast wees de rechtbank erop dat het college het betaalde griffierecht van €50,- moet vergoeden.
Uitkomst: Het college wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten van €418,50 wegens niet tijdig beslissen op bezwaar.