ECLI:NL:RBZWB:2023:4325
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding wegens niet-ontvankelijk beroepschrift bijzondere bijstand
Verzoekster stelde beroep in tegen het college van burgemeester en wethouders van Breda wegens het niet tijdig beslissen op haar bezwaar tegen een besluit over bijzondere bijstand. Nadat het college alsnog op het bezwaar had beslist, trok verzoekster het beroep in en verzocht om vergoeding van proceskosten.
De rechtbank beoordeelde of het beroepschrift voldeed aan de vereisten van artikel 6:12, tweede lid, Awb, waaronder dat het pas kan worden ingediend nadat het bestuursorgaan in gebreke is gesteld en twee weken zijn verstreken. De rechtbank stelde vast dat de beslistermijn in deze zaak twaalf weken bedroeg vanwege de betrokkenheid van een adviescommissie.
Omdat verzoekster het college op 23 januari 2023 in gebreke stelde terwijl de beslistermijn nog niet was verstreken, voldeed het beroepschrift van 3 maart 2023 niet aan de vereisten. Daarom wees de rechtbank het verzoek om proceskostenvergoeding als kennelijk ongegrond af.
Uitkomst: Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen omdat het beroepschrift niet ontvankelijk was.