ECLI:NL:RBZWB:2023:4395
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering naheffingsaanslag BPM en toekenning immateriële schadevergoeding wegens termijnoverschrijding
Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen een naheffingsaanslag BPM opgelegd door de inspecteur. De rechtbank stelt vast dat de hoogte van de historische bruto BPM niet meer in geschil is, waardoor de naheffingsaanslag wordt verminderd tot € 2.008.
De rechtbank oordeelt dat de door belanghebbende voorgestelde herleidingsmethode niet toepasbaar is, verwijzend naar een eerdere uitspraak van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch. Tevens heeft belanghebbende recht op een immateriële schadevergoeding van € 500 wegens overschrijding van de redelijke termijn, ondanks het verweer van de inspecteur dat de vergoeding aan de gemachtigde zou toekomen.
De rechtbank vernietigt de uitspraak op bezwaar, vermindert de naheffingsaanslag, veroordeelt de inspecteur tot betaling van de immateriële schadevergoeding en proceskosten van € 2.266, en bepaalt dat het door belanghebbende betaalde griffierecht wordt vergoed. De uitspraak is gedaan door rechter M.H. van Schaik op 22 juni 2023.
Uitkomst: De naheffingsaanslag BPM wordt verminderd en belanghebbende krijgt een immateriële schadevergoeding wegens termijnoverschrijding.