ECLI:NL:RBZWB:2023:4571
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde woning en vergoeding immateriële schade bij termijnoverschrijding
Belanghebbende is eigenaar van een geschakelde woning te Tilburg waarvan de WOZ-waarde per 1 januari 2020 is vastgesteld op € 435.000. Belanghebbende betwist deze waarde en stelt dat de waarde maximaal € 352.000 moet bedragen. De heffingsambtenaar handhaaft de vastgestelde waarde en onderbouwt deze met een matrix van vergelijkingsobjecten en foto’s.
De rechtbank beoordeelt de waarde aan de hand van de vergelijkingsmethode zoals voorgeschreven in artikel 17 van Pro de Wet WOZ. De heffingsambtenaar heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat de gehanteerde vergelijkingsobjecten en de indexering van verkoopprijzen correct en inzichtelijk zijn toegepast. Belanghebbende heeft onvoldoende onderbouwd waarom de waarde te hoog zou zijn vastgesteld.
Daarnaast is vastgesteld dat de redelijke termijn voor de behandeling van bezwaar en beroep met circa vijf maanden is overschreden. De rechtbank kent daarom een immateriële schadevergoeding toe van € 50 en een proceskostenvergoeding van € 418,50, te betalen door de Minister van Justitie en Veiligheid. De WOZ-waarde en aanslag blijven gehandhaafd en belanghebbende krijgt het griffierecht vergoed.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard, met toekenning van een immateriële schadevergoeding en proceskostenvergoeding wegens termijnoverschrijding.