ECLI:NL:RBZWB:2023:5096
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- T. Peters
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen intrekking exploitatievergunning pension
Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van de burgemeester van Schouwen-Duiveland om de exploitatievergunning voor een pension in te trekken. De burgemeester had de vergunning verleend aan een persoon wier naam niet overeenkwam met de feitelijke exploitant, waarna de vergunning werd ingetrokken en een last onder dwangsom werd opgelegd wegens het exploiteren zonder vergunning.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de burgemeester de vergunning niet in redelijkheid heeft kunnen intrekken. Uit de aanvraag en het procesverloop blijkt dat het de bedoeling was de vergunning aan de feitelijke exploitante te verlenen, en de burgemeester had dit moeten verifiëren. De intrekking op grond van de persoonlijke aard van de vergunning en het vermeende niet-gebruik is daarom onterecht.
De voorlopige voorziening leidt ertoe dat het besluit wordt geschorst tot twee weken na de beslissing op bezwaar of een nieuw vergunningbesluit. Tevens mag de feitelijke exploitante de vergunning blijven gebruiken als ware zij de vergunninghouder. De burgemeester wordt geadviseerd de last onder dwangsom te herroepen of niet te innen. Verzoekster krijgt een proceskostenvergoeding toegekend. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de exploitatievergunning is geschorst en verzoekster mag de vergunning blijven gebruiken.