ECLI:NL:RBZWB:2024:8207
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- S. Hindriks
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen weigering exploitatievergunning pension op grond van Wet Bibob
Verzoekster, een vennootschap onder firma, had een exploitatievergunning voor een pension die door de burgemeester werd ingetrokken. Na bezwaar en een nieuwe aanvraag weigerde de burgemeester de vergunning op basis van een negatief advies van het Landelijk Bureau Bibob (LBB), dat ernstig gevaar zag dat de vergunning zou worden gebruikt voor strafbare feiten.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de burgemeester onvoldoende heeft gemotiveerd dat de weigering op grond van artikel 3, eerste lid, aanhef en onder b van de Wet Bibob gerechtvaardigd is. Er bestaat twijfel over de samenhang van de overtredingen en de exploitatie, en veel overtredingen betreffen bestuursrechtelijke kwesties die nog niet onherroepelijk zijn. Ook is het evenredigheidsbeginsel niet voldoende in acht genomen.
Voorts is de weigering op grond van artikel 3, zesde lid, Wet Bibob wegens vermeende valsheid in geschrifte niet gegrond, omdat de vennoten niet bewust onjuiste informatie hebben verstrekt.
Gezien het voorlopige karakter en de onevenredige gevolgen van de weigering, wordt de voorlopige voorziening getroffen dat verzoekster mag handelen alsof zij de vergunning bezit tot twee weken na de beslissing op bezwaar. De burgemeester wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: De voorlopige voorziening wordt toegewezen en verzoekster mag de exploitatie voortzetten tot twee weken na de beslissing op bezwaar.