ECLI:NL:RBZWB:2023:5328
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verzoek ambtshalve vermindering hypotheekrenteaftrek en verzuimboete 2018
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen de beslissing van de inspecteur op het verzoek om ambtshalve vermindering van de aanslag IB/PVV 2018, de belastingrentebeschikking en de verzuimboete. De rechtbank oordeelt dat belanghebbende geen recht heeft op een hogere hypotheekrenteaftrek dan reeds toegekend en dat de verzuimboete terecht is opgelegd.
Feitelijk woonde belanghebbende met zijn echtgenote in een woning gefinancierd met een hypothecaire lening en een persoonlijke lening bij Credivance. Belanghebbende stelde dat de rente over de persoonlijke lening aftrekbaar was als eigenwoningschuld vanwege verbouwingskosten, maar kon dit niet overtuigend aantonen. De inspecteur heeft de aanslag ambtshalve vastgesteld en gedeeltelijk verminderd, maar de rente over de persoonlijke lening niet geaccepteerd en de boete gehandhaafd.
De rechtbank overweegt dat de bewijslast bij belanghebbende ligt en dat hij onvoldoende bewijs heeft geleverd dat de lening voor woningverbetering is gebruikt. Ook is het beroep op het vertrouwensbeginsel ongegrond omdat geen toezeggingen van de inspecteur zijn aangetoond. De verzuimboete is terecht opgelegd omdat belanghebbende niet tijdig aangifte heeft gedaan en onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hem geen verwijt treft. De redelijke termijn is overschreden, maar dit leidt niet tot matiging van de boete.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond, waardoor de aanslag, belastingrente en boete in stand blijven. Belanghebbende krijgt geen griffierecht of proceskostenvergoeding terug.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard; de aanslag, belastingrente en verzuimboete blijven ongewijzigd.