Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 augustus 2023 in de zaak tussen
tevens vertegenwoordiger van [B.V. 1] en [B.V. 2], te Woensdrecht, belanghebbende
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar inzake de aanslagen onroerendezaakbelasting en watersysteemheffing voor het jaar 2020.
De rechtbank oordeelt dat het bezwaar niet tijdig is ingediend en verklaart het beroep voor zover het bezwaar betreft ongegrond. De rechtbank verklaart zich daarnaast onbevoegd om te oordelen over de ambtshalve beslissing van de heffingsambtenaar, omdat deze beslissing niet vatbaar is voor bezwaar en beroep en alleen bij de civiele rechter kan worden aangevochten.
Verder wordt vastgesteld dat de redelijke termijn voor de behandeling van bezwaar en beroep met twaalf maanden is overschreden. De rechtbank kent daarom een immateriële schadevergoeding toe van €100 aan belanghebbende, te vergoeden door de Staat der Nederlanden. Tevens wordt proceskostenvergoeding en griffierecht aan belanghebbende toegekend.
De uitspraak bevestigt dat de ambtshalve beslissing gehandhaafd blijft en het beroep voor het overige ongegrond is, met een vergoeding voor de overschrijding van de redelijke termijn.
Uitkomst: Beroep ongegrond verklaard, ambtshalve beslissing buiten rechterlijke bevoegdheid, immateriële schadevergoeding toegekend wegens termijnoverschrijding.