ECLI:NL:RBZWB:2023:5925
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen terugvordering WIA-uitkering wegens dubbele uitkering
Eiseres ontving vanaf 18 maart 2020 een WIA-uitkering, die later werd herzien omdat zij daarnaast ook een Oostenrijkse uitkering ontving. Het UWV vorderde een bedrag van € 2.055,80 terug wegens dubbele uitkering. Eiseres maakte bezwaar tegen deze terugvordering en stelde dat het haar niet redelijkerwijs duidelijk was dat zij te veel ontving en dat er dringende redenen waren om van terugvordering af te zien vanwege haar psychische klachten en de ziekte van haar partner.
De rechtbank beperkte het geding tot de terugvordering van de te veel betaalde uitkering en oordeelde dat het herzieningsbesluit van 5 januari 2022 rechtsgeldig is en niet ter discussie staat. De rechtbank stelde vast dat het UWV op grond van artikel 77 WIA Pro verplicht is de onverschuldigd betaalde uitkering terug te vorderen, tenzij dringende redenen aanwezig zijn.
De aangevoerde beleidsregels en richtlijnen zijn niet van toepassing op de terugvordering, maar op herziening. De rechtbank vond onvoldoende bewijs voor dringende redenen zoals onaanvaardbare sociale of financiële gevolgen, mede omdat eiseres het bedrag in één keer heeft voldaan. Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en liet het bestreden besluit in stand.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de terugvordering van de te veel betaalde WIA-uitkering.