ECLI:NL:CRVB:2008:BG3734
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- H. Bolt
- H. Bedee
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering WAO-uitkering met toepassing artikel 44 WAO en gedragslijn UWV
Betrokkene ontving een WAO-uitkering vanaf januari 2001 met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80-100%. Vanaf mei 2001 werkte zij 11 uur per week, wat zij aan het UWV meldde. Het UWV herzag haar uitkering in 2004 naar een lagere mate van arbeidsongeschiktheid en paste artikel 44 WAO Pro toe, wat leidde tot terugvordering van te veel ontvangen uitkeringen over de periode mei 2001 tot november 2004.
De rechtbank verklaarde de beroepen van betrokkene tegen de herzieningsbesluiten gegrond, met name vanwege het niet redelijkerwijs duidelijk zijn dat zij te veel ontving en de toepassing van de Regeling die herziening met terugwerkende kracht beperkt. Het UWV ging in hoger beroep tegen deze uitspraak.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de rechtbank ten onrechte de toepassing van artikel 44 WAO Pro met terugwerkende kracht over de periode mei 2001 tot mei 2004 in strijd met de wet achtte. De Raad bevestigt dat het UWV een bestendige gedragslijn hanteert die aansluit bij jurisprudentie en dat betrokkene redelijkerwijs had kunnen begrijpen dat zij te veel uitkering ontving. De terugvordering is gegrond, ondanks het feit dat het UWV niet altijd adequaat reageerde op vragen van betrokkene.
De Raad vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart de beroepen tegen de herzieningsbesluiten ongegrond. Een verzoek tot schadevergoeding wordt afgewezen omdat de beroepen niet gegrond zijn verklaard.
Uitkomst: De beroepen tegen de herzieningsbesluiten worden ongegrond verklaard en de terugvordering van te veel betaalde WAO-uitkering wordt bevestigd.