ECLI:NL:RBZWB:2023:6428
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing teruggaafverzoeken dividendbelasting wegens ontbreken dividendnota’s
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen de afwijzing door de inspecteur van verzoeken om teruggaaf van dividendbelasting over de jaren 2008 tot en met 2014. De rechtbank heeft belanghebbende in de gelegenheid gesteld de beroepen nader te motiveren naar aanleiding van arresten van de Hoge Raad uit 2020 en 2021.
Tijdens het onderzoek ter zitting is gebleken dat belanghebbende geen dividendnota’s heeft overgelegd die aantonen dat en hoeveel Nederlandse dividendbelasting is ingehouden. De rechtbank oordeelt dat dit een fundamenteel gebrek is waardoor de teruggaafverzoeken terecht zijn afgewezen. De rechtbank ziet daarom geen aanleiding om te toetsen of belanghebbende objectief vergelijkbaar is met een fiscale beleggingsinstelling.
De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond en wijst de verzoeken tot teruggaaf af. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. Partijen kunnen binnen zes weken hoger beroep instellen bij het gerechtshof ’s-Hertogenbosch (belastingkamer).
Uitkomst: De rechtbank wijst de verzoeken tot teruggaaf van dividendbelasting af wegens het ontbreken van dividendnota’s.