Belanghebbende, een buitenlandse beleggingsinstelling gevestigd in Duitsland, heeft beroep ingesteld tegen de afwijzing van verzoeken om teruggaaf van dividendbelasting over de boekjaren 2007/2008 tot en met 2014/2015. De rechtbank heeft belanghebbende in de gelegenheid gesteld de beroepen nader te motiveren, waarna een zitting plaatsvond op 20 juni 2023.
De rechtbank oordeelt dat belanghebbende geen dividendnota's over het boekjaar 2007/2008 heeft overgelegd, waardoor het verzoek voor dat jaar niet kan worden toegewezen. Voor latere jaren geldt dat de Hoge Raad heeft geoordeeld dat het vrije verkeer van kapitaal niet wordt belemmerd door het niet toekennen van een tegemoetkoming aan buitenlandse beleggingsinstellingen die niet inhoudingsplichtig zijn voor dividendbelasting.
Belanghebbende stelde dat dit leidt tot verboden staatssteun aan binnenlandse beleggingsfondsen, maar de rechtbank volgt het oordeel van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch dat het fbi-regime niet selectief is en dat het niet toekennen van teruggaaf geen staatssteun inhoudt. De beroepen worden ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.